Aan het einde van het concert afgelopen zondag zei Erwin de Vries: “Dank aan De Oude Remise voor het podium – er zijn steeds minder plaatsen als deze waar wij als muzikanten terecht kunnen.” Daar moest ik over nadenken – hij was niet de eerste muzikant die dit zei.
Het lijkt een beetje raar: de uit-agenda’s puilen uit immers. Je kunt overal naar muziek luisteren, naar concerten gaan. Maar – en dat is ook onze ervaring – er is een smalle bovenlaag van bekende bands en muzikanten, die bijna ál het publiek trekken, en er is een hele brede laag van uitzonderlijk getalenteerde en hard (stug) doorwerkende muzikanten wiens namen niet of nauwelijks voorbij komen op radio of tv. Soms krijgen ze in een zaal niet eens de eerste rij vol, en dat ligt beslist niet aan hun muziek, hun inspanningen of de inspanningen van de zaaleigenaar. Ze hebben geen náám. Onbekend maakt onbemind. En het spijt me zo vaak voor al die mensen die sublieme concerten van ongelooflijke artiesten missen, uitsluitend omdat ze de naam van de muzikant niet kennen. Ze doen zichzelf zó te kort! Natuurlijk is het geweldig om met een paar duizend man heel hard mee te zingen met Borsato en Krezip, en ze bijna aan te kunnen raken. Een kaartje daarvoor kost soms een vermogen en
wordt grif betaald. Maar dan, een tientje voor – hoe heet hij? Albert Niland? Nooit van gehoord? – lijkt dan veel te duur. Je bent inderdaad niet na afloop twee dagen schor van het meezingen. Je bent wél geraakt in het diepst van je ziel door zijn stem, zijn virtuoze gitaarspel, zijn schitterende composities. Albert Niland? Die verkoopt álle kaartjes voor zijn concert in het walhalla van de popmuziek, Paradiso, en staat een dag later voor nog geen 30 mensen in Bad Nieuweschans…
Bij toeval ontdekten we jaren geleden dat de ruimte waar wij ons bedrijf uitoefenen, een geweldige akoestiek heeft. Jan, één van de muzikanten die als jaren ons open podium bezoekt, wandelde al fluitend op zijn dwarsfluit, door de zaal en er leek zich een klein wondertje te voltrekken: de muziek van de fluit danste bijna zichtbaar tegen de balken en huppelde langs de muren, tingelde weer als ijle klokjes in mijn oren. Het was prachtig – opeens begreep ik wat akoestiek betekent. Het kwam als vanzelf – we zagen zelf opeens de mogelijkheden en ook muzikanten zagen de mogelijkheden. Het allereerste concert vond, ook weer bij toeval, vlak daarop plaats. Het was niet door ons bedacht of georganiseerd, het was een presentatie door een stichting, die daarbij een vleugel-pianist en een operazangeres hadden uitgenodigd (als ik iets heb geleerd in de afgelopen jaren, is dat je alle vooroordelen weer kunt afleren). De operazangeres was het tegenovergestelde van wat in mijn geheugen fladderde – beslist geen Bianca Castafiore. Dit was een prachtige jonge vrouw, klein, tenger, in een satijnen rode jurk. Haar stem drukte me bijna letterlijk tegen te muur – let wel, onversterkt. Haar naam weet ik niet meer. Ze heeft wel mijn eerste vooroordelen over klassieke muziek en opera in één ademtocht vernietigd, mooi zo. Sindsdien sta ik open voor heel wat meer soorten muziek.
In een ‘vorig leven’ – voordat we de horeca indoken, hielden we ons beiden heel veel bezig met muziek en entertainment. Grad organiseerde concerten in de New Wave periode (Gruppo Sportivo, Joan Jett, Herman Brood, DoeMaar), was ook discjockey (tegenwoordig heet dat DJ) bij de destijds vermaarde Pann-feesten. Zelf organiseerde ik ‘feesten en partijen’ op alle mogelijke en onmogelijke locaties waarbij ik me bijna altijd liet vergezellen door een groep muzikanten (Speciale Gasten) en een groep acteurs (Zwier-en-Ga). Succes verzekerd.
Met al die kennis en ervaring in onze achterzak was het voor ons een kwestie van ja-zeggen zonder al te veel overdenkingen, mitsen en maren.We hadden niet echt een richting gekozen, muziek die we zelf mooi vonden, dat vonden we belangrijk. En dat kwam vanzelf. De spits werd afgebeten door Groningers. Dat was – en is nog steeds – voor mij heel mooi. Ik ben immers geboren en getogen Groningse, en het maakt me gelukkig om omgeven te zijn door Groningse woorden, gebaren, uitdrukkingen en vooral Groningse humor. Het grootste deel van ons dagelijkse leven worden we hier omringd door “Hollanders” immers, en het is alsof ik weer op verjaarsvisite vroeger thuis ben als ik een gezelschap Groningers om me heen heb. Alex Vissering, Harry Niehof, Martin Korthuis, Erwin de Vries – ze kwamen voorbij en ze komen gelukkig ook vaker.
In de afgelopen jaren hebben we heel veel concerten hier gehad. En ook heel veel kippenvel-momenten. Onze muzikale smaak heeft zich een beetje aan onze leeftijd aangepast. We blijken muziek te verkiezen waarvan we leerden dat dat tegenwoordig “roots-muziek” heet, of “singer-songwiter”. Die muzikanten vinden hun weg wel naar ons. Sommigen zouden we wel wekelijks over de vloer willen… zo mooi. De eerste keer dat ik Albert Niland hier bij ons hoorde spelen bijvoorbeeld: de tranen stonden in mijn ogen. Emily en Rebecca van Ember maken me vrolijk, Doug McLeod en Kieran Halpin zijn ras-artiesten met een bewonderenswaardige staat van dienst. Michael Chapman, ruim 70 jaar en met iets van 50 ‘recordings’ op zijn naam, stond hier twee keer op het podium, David Munyon, Maurice Dickson, Arthur Ebeling, Eugene Ruffolo, Arnold Veeman, Freddie White… Het zijn gróte artiesten met een helaas bij het grote publiek onbekende naam.
Wat ik vervolgens dan wél heel bijzonder vind: heel veel van onze bezoekers vragen naar de muziek die we hebben opstaan in De Oude Remise. We draaien de muziek, die bijna altijd door de muzikanten in eigen beheer wordt uitgebracht, van de cd’s die ze na een concert gesigneerd bij ons achterlaten. De argeloze bezoeker wordt bij de koffie met gebak vaak intens geraakt door de muziek van David Munyon of Albert Niland. Nee, nooit van gehoord en ontzettend jammer dat ze het concert gemist hebben. Nu gaan ze op speurtocht om via internet aan de muziek van de grote onbekende te komen…
Laatst hadden we het er eens over. Het is niet moeilijk om een “grote” naam te boeken. Hans Dulfer en Carel Kraaijenhof zijn hier ook geweest, met een volle zaal en muzikaal een geweldige avond. We zouden natuurlijk best een bekende artiest hier kunnen laten optreden, goed voor De Oude Remise, goed voor de omzet. Maar daar ging het ons toch niet om?
Dat was waar Erwin de Vries op doelde. Wij zijn nog van die dwazen, die de muziek, de livemuziek, het beléven van echte, pure, muziek, een warm hart toedragen. Het heeft ons een schitterende collectie gesigneerde eigen-beheer-cd’s opgeleverd, hele mooie herinneringen, veel plaatsen op de wereld waar we – als we ooit tijd hebben – mogen komen logeren, gelukkige concertbezoekers en veel, erg veel, goede lévende muziek.






